Missie en Visie
In het centrum van het Melanchthon DNA (onderdeel van het visiedocument van Melanchthon) staat: ‘’ Je mag er zijn, je doet ertoe’’. Dat is voor ons uitgangspunt én opdracht.
Een bijbels uitgangspunt, omdat ieder kind uniek is en kostbaar in Gods ogen.
En een opdracht: iedere leerling mag leren verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf, voor anderen en voor zijn leefomgeving.
De vier kernwaarden in het Melanchthon DNA luiden niet voor niets: eigenaarschap, naastenliefde, verbondenheid en optimisme.

Dat is onze missie:
Leerlingen die leren in het leven. Voor het leven op de aarde. De aarde is ons huis, waarin wij in verbondenheid met mens, natuur en technologie, duurzaam samen leven. Een samenleving waarin liefde en aandacht leidt tot ontplooiing en verbinding. Vanuit een soms tegendraadse hoop bouwen we aan de toekomst.

Wij leren in het leven vanuit de ruimte om te worden wie je bent. Iedereen is gelijk, maar niemand is hetzelfde. Daarom behandelen wij iedereen bewust ongelijk. Opdat wij met elkaar een bijdrage leveren aan de veranderende samenleving.

We zijn een open christelijke school; iedereen die bij ons onderwijs wil volgen is dus van harte welkom. Het christelijke karakter komt onder andere terug in de wijze waarop we met elkaar om gaan, de waarden die daaraan ten grondslag liggen en de aandacht die we hier tijdens dagopeningen en vieringen aan geven. Bij een vak als Levensbeschouwing komen ook de andere wereldreligies aan de orde.

Onderwijsvisie.
Nadrukkelijk kiest de school er voor om leerlingen meer mee te geven dan een startkwalificatie voor het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt.

De uitgangspunten van de school zijn niet voor niets sinds de oprichting in 2005 verwoord middels de volgende motto’s:

Van relaties naar prestaties.”

“De betekenis van kennis, kennis krijgt betekenis.”

“Non scholae, sed vitae discimus “  (vrij vertaald: “we leren niet voor school, maar voor het leven”)

We grijpen bij de inrichting van ons onderwijs terug op het gedachtegoed van onderwijspedagoog Gert Biesta.
In zijn indeling voor goed onderwijs onderscheid hij de gebieden kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

  • kwalificatie: het je eigen maken van kennis, vaardigheden en competenties (uitmondend in bijvoorbeeld een diploma);
  • socialisatie: het voorbereiden op een leven als lid van een gemeenschap (met zijn tradities, normen en waarden);
  • persoonsvorming: de ontwikkeling als mens, bijvoorbeeld door het verkrijgen van autonomie en het dragen van verantwoordelijkheid.

De vertaling hiervan naar onze onderwijskundige plannen vatten we als volgt samen:

Het begeleiden van leerlingen naar eigenaarschap ten aanzien van het eigen leerproces.

Als stip op de horizon zien we leerlingen, die op maat werken in hun eigen zone van naaste ontwikkeling. De leerlingen krijgen invloed op hun eigen leerproces.
Door de leerlingen binnen de les of binnen het curriculum de ruimte te geven om keuzes te maken, doen we recht aan de verscheidenheid van leerlingen. Bovendien werken bij deze opzet de plusprogramma’s motivatie-verhogend.
Voor leerlingen een eigen ontwikkeltraject en ontwikkelperspectief!

De uitdaging is echter om naast het ontwikkelperspectief van de individuele leerling, op een goede manier oog te houden voor het geheel, de klas, de school, de maatschappij. Het collectieve belang kan groter zijn dan het individuele belang. De betekenis van ieder individu voor de ander, voor de samenleving in het klein en in het groot, het samen optrekken mogen we niet uit het oog verliezen en krijgt dus nadrukkelijk aandacht in ons onderwijs.

Onderwijs is in beweging en dat betekent dat ook de rol van de docent aan verandering onderhevig is. Er treedt een verschuiving op van overdracht van kennis naar coaching van leerlingen bij de verwerving van kennis en vaardigheden.

Daarbij wordt ook de binnenwereld van het schoolse leren verbonden met de buitenwereld.
Het Technasium, waar gewerkt wordt aan opdrachten uit die buitenwereld en het Jong Ondernemen, waar leerlingen werken in een door henzelf opgerichte onderneming zijn onderdelen waar dit volop gestalte krijgt.
Maar ook in maatschappelijke stages, excursies, acties voor een goed doel en profielkeuzestages wordt gezocht naar de verbinding tussen het leren en de dagelijkse praktijk.

We leiden de leerlingen op voor ‘de samenleving van morgen’, een samenleving waar zij, vanaf ongeveer 2030, ook intensief deel gaan uitmaken. Hoe die er uit zal zien weten we niet, maar dat deze, als gevolg van voortgaande (technologische) ontwikkeling er anders uit zal zien, lijkt wel zeker. Zo zullen er waarschijnlijk allerlei nieuwe beroepen ontstaan.

Wij willen er met ons onderwijs voor zorgen dat onze leerlingen klaar zijn voor die toekomst.