De school als mini-maatschappij (de wereld na ‘je suis Charlie’)

Afgelopen week werd de samenleving, de wereld opgeschrikt door de bloedige aanslag in Parijs. AK103–geweren tegen tekenaars. Die dag verloor de beschaving / de mens het van de barbaarsheid / het dierlijke. Nadat men van de eerste schrik was bekomen, werd er door de media direct naar het onderwijs verwezen, dook de media op het onderwijs (in de kranten en op TV werd uitvoerig aandacht besteed aan hoe het onderwijs hiermee diende om te gaan).

Wij hebben ons daarover verbaasd. Wij zijn als docenten dagelijks bezig met alles wat onze leerlingen zien en wat zij buitenschools meemaken of in de media zien. Als school in Schiebroek-Hillegersberg hebben wij leerlingen uit alle groepen uit de bevolking van Rotterdam en randgemeentes: blank en zwart; arm en rijk; protestant, katholiek, hindoeïstisch, islamitisch, anders- en/of niet-gelovig. We vormen daarmee een normale afspiegeling van Nederland en de maatschappij waarin onze leerlingen leven, wonen en werken. Dagelijks gaan deze leerlingen met elkaar om en zitten naast elkaar in de klas. De diversiteit van achtergronden maakt de school rijk aan mensen en meningen.

De kracht van de school zit hem niet in uniformeren en standaardiseren (dat wil zeggen van elke leerling een gemiddelde burger maken), maar in accepteren en omarmen (immers, tolereren is niets meer dan iets wat je niet wilt, toestaan mits je er geen last van hebt). In acceptatie ligt de kracht van het samen leven: een samenleving met mensen die elkaar uit laten praten en die elkaar de ruimte geven anders te denken. Om dat te kunnen bereiken, moeten wij luisteren, zelfs toestaan het niet met elkaar eens te zijn (‘we agree tot disagree’) en de ander accepteren als mens: een ieder mag er zijn, mits hij/zij die ruimte ook aan een ander geeft.

Om gehoord te kunnen worden, moet je eerst luisteren;

Om te kunnen ontvangen, moet je eerst geven.

Het vraagt moed om de eerste stap te zetten, om eerst te geven of te luisteren, maar ook hier geldt “Do ut des, oftewel “Ik geef, opdat jij geeft.”

Naast het begeleiden van het kind om over te gaan naar de volgende klas, te leren plannen, de tweede naamval Duits te begrijpen, het Köppen-systeem bij aardrijkskunde te kunnen toepassen, een diploma te halen, hebben onze docenten ook de moed om te geven en te luisteren en om de leerlingen uit te dagen ook de moed te tonen te luisteren en te geven.  Dit luisteren en geven betekent niet automatisch dat je daardoor overgaat of een diploma haalt, maar wel dat de leerlingen bijdragen aan en verantwoording nemen voor een prettige, verstandige en respectvolle samenleving.

M.D.Kuster

adjunct-directeur Melanchthon MAVO Schiebroek

 

Ps.

Om verwarring te voorkomen: “betekent dit dat alles maar gezegd kan worden en dat je alles maar moet accepteren, dus dat alles kan en mag?”

Natuurlijk niet: wij hebben duidelijke huisregels en afspraken. Zowel om normaal met zijn allen te functioneren, maar ook om in rust elkaar te horen en gehoord te worden; om te kunnen geven en om te kunnen ontvangen.  De kaders (grondwet, fatsoensnormen, huisregels) van een school, een samenleving, een rechtstaat zijn immers de pijlers van het kunnen en mogen functioneren.