LERAREN OPENEN DE DEUR, MAAR JE MOET ZELF NAAR BINNEN GAAN

(Chinees gezegde; op de plek waar leraren staat mag ook ouders gelezen worden)

 

Een leerling vraagt of hij mij even mag spreken. Ik geef hem het woord en zichtbaar boos zegt hij: “ik heb al twee keer een vraag gesteld, maar meneer X geeft me het antwoord helemaal niet”.

Een dag later bel ik om 08.45 uur naar huis, omdat een leerling niet gearriveerd is op school. Ik krijg slaperig de leerling aan de telefoon, terwijl deze zegt: “mijn moeder heeft mij niet geroepen”.

Onze leerlingen zijn geweldige en fantastische mensen in wellicht de mooiste periode van hun leven. Dagelijks vragen ouders en wij (docenten, mentoren, begeleiders) ons af op welke wijze wij hen het beste kunnen helpen. Hoe kunnen wij hen het beste helpen het beste uit zichzelf te halen, zichzelf beter te leren kennen en hoe worden zij evenwichtige verstandige volwassenen?

Wij kiezen als school heel bewust voor een moeilijke weg. Op vragen antwoorden wij meestal met nieuwe vragen, het geven van hulpmiddelen of andere wijzen van denken. Leerlingen vinden dat soms vervelend, want waarom doen wij nu zo moeilijk “meneer, zeg het nou gewoon”.

Het geven van een antwoord: ja, 23, Willem van Oranje, Stadt is vrouwelijk dus ‘die’, neon is een edelgas, morgen het tweede uur, is gemakkelijk, maar of dat onze leerlingen echt veel leert? Wij kiezen eerder om als antwoord de volgende vragen te stellen: wat staat er boven de vraag?, heb je de instructie al gelezen?, heb je je wekker gezet?, ben je opgestaan toen de wekker ging?, heb je al geprobeerd de som te maken? of wat staat er in je rooster of agenda?[1]

Leerlingen zullen bewust en heel vaker onbewust fouten blijven maken: vergeten huiswerk op te schrijven, niet houden aan de planning, printerinkt is altijd op de dag van het uitprinten op, zullen zich verslapen of te laat van huis weggaan.

Ze zullen dus een keer op school moeten blijven om hun werk alsnog te maken, een keer een dikke onvoldoende halen, zich een keer moeten melden omdat ze te vaak te laat waren, etc.

In onze ogen hoort dat bij het leerproces van pubers: een heel normaal proces. Het hoort er gewoon bij. Bij een goed leerproces hoort vallen, opstaan, opnieuw proberen en doorgaan. Uw kind leerde ook fietsen door een aantal keren te vallen; kon na 12 keer het woord boom schrijven en werd zindelijk na de zoveelste keer zitten op het potje.

Wat wij, ouders en school, moeten voorkomen is kinderen/pubers te redden voor het maken van fouten. Het geven van het antwoord aan een leerling door de docent; het maken van een werkstuk voor uw kind is eigenlijk hetzelfde als nooit de zijwieltjes weghalen of altijd de luier om te houden.

Docenten begeleiden de leerling, ouders begeleiden hun kind. Geef hem/haar de randvoorwaarden, de adviezen en de middelen, maar laat hem/haar het zelf doen. Laat de leerling, een kind echt leren!

“Het gaat er niet om wat je fout doet, maar hoe je het de volgende keer beter doet.

“Mistakes are the proof you are trying”

drs. M.D. Kuster

Adjunct-directeur Melanchthon MAVO Schiebroek

[1] Op grond van deze overweging hebben wij ook bewust gekozen geen digitale agenda in te voeren. In de brugklas leren wij leerlingen een agenda bij te houden; docenten geven huiswerk op en controleren of het huiswerk gedaan is; verder worden in mentorlessen stilgestaan bij leren leren (organiseren en plannen van je huiswerk en toetsen). Maar het bij je hebben van een agenda, het noteren in de agenda, het raadplegen van de agenda en het uitvoeren van hetgeen in de agenda staat, is en blijft een verantwoordelijkheid van de leerling. De leerling blijft zelf de regie houden over dit proces. Een digitale agenda zou deze verantwoordelijkheid weghalen; een verantwoordelijkheid waarvan wij vinden dat deze bij de leerling moet liggen. Het is immers zijn/haar leerproces.