Als ik alle nieuwe wetten en ideeën van het Ministerie van Onderwijs en vervolgens het nieuws moet geloven dan gaat er iets dramatisch fout met de Nederlandse jeugd: comazuipen, te dik, onbeschoft, scoren minder op school, etc. etc. Ben ik echter van de schrik bekomen, kijk ik rond in onze aula en lokalen, denk ik nuchter na en lees ik goed door dan valt het allemaal heel erg mee.[br][br]

Uit alle internationale onderzoeken van de afgelopen 15 jaar blijkt dat onze jeugd het erg goed doet op alle terreinen. Zo bleek in 2013 en 2016 dat de Nederlandse jeugd tot de gelukkigste jeugd ter wereld gerekend kon worden. Telkens belandde Nederland in de top 5 en een aantal keren zelfs op de eerste plaats. Uit de deelonderzoeken aangaande “material well-being, health and safety, education, behaviours and risks, housing and environments” van Unicef in 2013 bleken er geen redenen tot zorg te zijn (in alle categorieën scoorde Nederland in de top 5). Sterker nog: het gaat heel erg goed met onze Nederlandse Jeugd!![br][br]

Maar waarom dan deze mate van over-bezorgdheid van de overheid en andere instanties? Waarom dan zoveel onrust over niet op feiten berustende aannames die door de media gemakkelijk worden overgenomen en zich vervolgens verspreiden onder de bevolking? Ik wil geloven dat zij het beste voor onze jeugd willen, maar is het niet symboolpolitiek, spelen financiële spelletjes van het ministerie geen rol of willen we onze jeugd over-beschermen in een vrije en complexe wereld? Als we onze jeugd een vrije wereld en ontwikkeling gunnen is over-bescherming wel het laatste wat we moeten doen.[br][br]

Afgelopen week bleek dat een jaartje extra kleuteren door de staatssecretaris zonde wordt gevonden (terwijl de hele onderwijssector dat niet herkent). Een paar jaar geleden werd het voortgezet onderwijs door eenzelfde oprisping van de staatssecretaris getroffen: blijven zitten mocht niet meer, maar dat moest in een weekje even worden weg-gesummerschoold. Voor het niet meer mogen blijven zitten of het niet meer een jaartje extra mogen kleuteren is geen overtuigend wetenschappelijk bewijs, maar het kost wel minder geld heeft het CPB berekend.[br][br]

U denkt wellicht dat het volgende een grap is, maar afgelopen week kreeg ik een mail dat binnenkort een brigadier van de Schoolkantine Brigade komt kijken of het appeltje wel voor het witte pistoletje kaas op balie ligt! Inderdaad: dat onze jeugd een wit pistoletje kaas zou kunnen eten is echt een gotspe. En dan zal ik u niet vermoeien met de talloze protocollen van 33 stappen die wij moeten doorlopen als twee leerlingen ‘ruzie’ met elkaar hebben gehad. Leerlingen weten menigmaal niet eens meer waar de ‘ruzie’ over ging als wij de verplichte stap 14 doorlopen.[br][br]

Wij kiezen als school voor een hele nuchtere no-nonsens aanpak met betrekking tot de opvoeding van onze leerlingen. Bij ons lopen 340 leerlingen rond: kinderen, pubers en jongvolwassenen. Al deze 340 leerlingen zijn normale kinderen tussen de 12 en 17 en zij zijn soms blij, soms boos, soms kort door de bocht, hebben soms geen zin, hebben soms slechte zin, hebben soms al iets gezegd zonder nagedacht te hebben, hebben soms ruzie met hun ouders gehad over zakgeld of over hoe laat ze thuis moesten zijn, zoeken grenzen op, maken keuzes en maken soms verkeerde keuzes. Oftewel het zijn hele normale jonge mensen die een plek zoeken in de samenleving waarin zij aangemoedigd worden door hun hormonen, door hun vriendjes en vriendinnetjes, en door hun wens volwassen en zelfstandig te zijn, maar dat nog niet zijn. Zij leren al doende en vaak het beste door fouten te maken.[br][br]

Ik durf onze aanpak samen te vatten, zoals jaren geleden een oud-inspecteur van het onderwijs tegen mij zei: “meneer: in de kern is onderwijs/opvoeden toch een kwestie van een aai over de bol, een schop onder de hol”. En deze man met 45 jaar ervaring in het onderwijs had gelijk: we stellen kaders, we stimuleren, we luisteren, we adviseren, we lachen en plagen, we bemiddelen, we helpen, we corrigeren. We moeten echter niet het leven van de leerlingen helemaal gaan leiden of voorschrijven. Onze leerlingen kunnen slechts opgroeien door zelf te kiezen, te stralen, te ervaren, te falen, te botsen en langzaamaan volwassen te worden. En aan ons en u de schone taak om “over de bol te aaien en onder hun hol te schoppen”. Vallen en opstaan hoort bij dat proces: of het nu het leren van een vak is of om volwassen te worden.[br][br]

Dus mocht u binnenkort de staatssecretaris weer horen of iets dramatisch in het nieuws horen over de jeugd stelt u zich dan gerust dat het waarschijnlijk een politieke-financiële luchtballon is of een vorm van overdramatisering.[br][br]

In 1952 schreef men over de toenmalige jeugd in het overheidsrapport “de maatschappelijke verwildering der jeugd: “de verwilderde jeugd leeft in een wereld, die verregaand gestalteloos genoemd mag worden … men loeit, men brult, men kletst als een eindeloos geleuter, men gilt, men tiert, men jengelt en zeurt.” Men heeft het in dit rapport over uw ouders, de grootouders van onze leerlingen. Ik denk dat het best is meegevallen. Zoals ook wij in onze puberteit door schade en schande wijs en volwassen zijn geworden, zo zal uw kind ook volwassen worden. En elke groep jongeren zal van de volwassenen bijnamen krijgen: asfaltjeugd, patatgeneratie, achterbankgeneratie, langharig werkschuw tuig, generatie Nix, generatie Einstein waarin eerder de irrationele angsten van de volwassenen tot uitdrukking komen dan dat de reële bedreigingen voor de jeugd worden benoemd.[br][br]

 

drs. M.D. Kuster[br][br]

Generatie Nix (wat dat ook moge betekenen)[br][br]

Adjunct-directeur Melanchthon Mavo Schiebroek[br][br]

Ps. Bovenstaande is geen ontkenning dat een kleine groep jongeren (maximaal 5%) zorg behoeft en intensieve hulp en/of begeleiding nodig heeft en krijgt. Dat betekent echter niet dat elke jongere op deze manier preventief aangepakt dient te worden.